
![]()
augustus 2005

"De Wandeling" zat er niet in !
En daar ging de wekker. Het was al weer een maand geleden dat ik hem zo vroeg liet afgaan. Was de schoolvakantie voorbij? Nee, dat niet. Ik had me voorgenomen iets te ondernemen. Toch draaide ik me nog even om, nog heel even, dat kan nog wel.......... Een kwartier later stond ik naast mijn bed, nog wat onwennig en half dronken van de slaap. Eerst maar even douchen, dan kan ik gelijk wakker worden. De avond te voren had ik alles klaargezet voor de reis. Dus ik kon snel weg. Niettemin miste ik die morgen wel mijn trein. Door de volgende trein te nemen miste ik alle aansluitingen. Het kostte me nu anderhalf uur meer om mijn doel te bereiken.
Aangekomen bij de haven was de zon achter de wolken verdwenen. "Jammer!", dacht ik: "Een beetje zon is nooit weg". Onderweg was het stralend weer en daar was nu weinig van overgebleven. Ik liep naar de balie en kocht er een retourtje voor de overtocht. Hoewel het aardig druk was, zaten er in de wachtruimte weinig mensen. De meeste mensen stonden al bij de hekken voor de ingang om zo snel mogelijk aan boord te kunnen komen. Maar de boot moest eerst nog aanmeren en dan moesten de passagiers met of zonder auto het vaartuig nog verlaten. Ondertussen liep ik de wachtruimte uit naar buiten om nog even te bellen, ik wilde nog wat regelen voor de wandeling, want aan de overkant was mijn mobiel waarschijnlijk niet meer bruikbaar. De dame aan de andere kant van de onzichtbare lijn had het te druk en reageerde wat gestrest op mijn voorstel. Ze had nu geen tijd en belde me later wel terug. "Ja hoor, dan maar geen wandeling met haar",dacht ik bij me zelf, "Wat niet kan, dát kan niet!".
Aan de overkant aangekomen zocht ik mijn weg of beter gezegd zocht ik de markeringen van het wandelpad, dat ik me voorgenomen had deels te lopen. Met het boekje, met kaart en beschrijving, in mijn hand was het niet al te moeilijk om het route te volgen en te genieten van de natuur en de ruimte om me heen. Deze omgeving gaf een rust, die in de Randstad moeizaam te vinden is. Met name de lucht met zijn witte wolkjes waren een lust voor het oog. De zon kwam weer regelmatig te voorschijn en de wind was aangenaam fris. Al snel had ik wat kledingstukken uitgetrokken om mijn huid de kans te geven wat van kleur te kunnen wisselen. En met een goed gevoel liep ik verder over de dijken, tussen de schapen, om hoog en omlaag, dwars door een camping heen totdat ik voor een bord kwam te staan met een tekst, die de bezoekers waarschuwde om niet te dicht bij de loslopende runderen te komen. "Als het andersom ook geldt, is er geen probleem!", dacht ik spontaan. Ik koos er voor om eerst even naar boven te lopen en het bunder, dat daar lag, te bekijken. Teven had ik nu uitzicht over de vlakte die ik zal gaan bewandelen. De runderen, met hun grote horens, waren duidelijk te zien in de buurt van het wandelpad, er was daar geen mogelijkheid om met een grote bocht om die beesten heen te lopen. Mijn ervaring in Engeland met gewone koeien was niet bemoedigend. Toen passeerde ik zo'n beest op twee meter afstand en binnen een paar seconden stond er een koe op twee poten torenhoog naast me met een omvang, waar ik liever niet onder kwam. Ik heb toen het hazenpad gekozen terwijl andere koeien mij met grote ogen stonden aan te gapen. "Oké", dacht ik: "We gaan eens zien hoe het nu af gaat lopen." Ter plaatse aangekomen bleken de runderen tientallen meter van het pad af te lopen en totaal geen interesse in mij te hebben. Ik passeerde dit punt snel om in alle rust mijn tocht te kunnen voortzetten
Na ruim vijf uur lopen en een kleine twintig kilometer afgelegd te hebben, begon ik mijn vel te voelen. Het werd tijd om aan de terug reis te gaan denken én tijd voor een terrasje in de schaduw op te zoeken. Dat laatste was makkelijk te vinden in Den Burg. Een mooi oud gezellig plaatsje op het Noord-Hollandse eiland. Achter een glas cassis dacht ik na over mijn wandeling én dit prachtige eiland waar ik zeker wilde terugkomen, ook om mijn wandeling af te kunnen maken. Ondanks de vele toeristen, die op dit eiland verbleven, had ik daar weinig last van op de wandelpaden, misschien dat ik vijftien mensen was tegengekomen en dat midden in de zomervakantie.
De volgende dag werd ik om elf uur 's morgens afgebeld door de "toen gestreste dame". Dat kwam goed uit, want mijn huid was nog zo rood als een kroot. Het was beter om de komende dagen maar even uit de zon te blijven. Het telefoontje was welkom, terwijl de dame nu uiterst vriendelijk was, voegde ze er op het eind van het gesprek ook nog aan toe "Misschien een andere keer!".
![]()