Hoofdmenu

                                                                           

Schoenen om te wandelen         ( of laarzen ? )                

                                                                                                           

 

Let op de volgende aspecten bij het kopen van

wandelschoenen:

 

 

1 Draag een goed passende schoen met een lage hak voor maximaal comfort en veiligheid. Let op de pasvorm. Naar schatting heeft 87 procent van de bevolking voetproblemen, waarvan de meeste veroorzaakt worden door slecht passende schoenen. Tot deze problemen horen niet alleen likdoorns, eeltknobbels en blaren, maar ook rugpijn en beenkramp. Schoenen moeten minstens een halve centimeter langer zijn dan uw langste teen. Aangezien de ene voet vaak langer is dan de andere, moet je wat de schoen betreft van de langste voet uitgaan. Probeer niet de schoen uit te rekken; het is beter om voor de kleinere voet de schoen op te vullen.

2 Koop niet als vanzelfsprekend dezelfde schoenmaat die je altijd al hebt. Hoewel de voeten over het algemeen na het 18e jaar niet meer groeien, kan een verandering in gewicht of een ander patroon van lichaamsbeweging de voetlengte beïnvloeden. Pas de schoen voordat je koopt.

3 Koop geen schoenen aan het begin of het eind van de dag, wanneer je voeten zijn uitgezet. Wees niet te vrede met schoenen die "bijna" goed zitten. (Luister niet naar verkopers die beweren dat deze goed zullen gaan zitten "als je ze hebt ingelopen"). Schoenen moeten vanaf het moment dat je ze aantrekt lekker zitten. Wees niet bang om rustig de tijd te nemen en de schoenen uit te proberen. De hiel moet goed sluiten en de voetboog moet even lang zijn als de jouwe.

4 Het teenstuk moet breed en hoog genoeg zijn om de tenen de ruimte te geven.

5 Het stuk tussen de hiel en de bal van uw voet moet breed genoeg zijn voor de onderkant van je voet.

6 Het bovengedeelte (alles wat boven de zool zit) moet zacht en soepel zijn om te buigen met je voet. Zacht leer, stof en suède zijn goed. Neem geen synthetisch materiaal, zoals vinyl en lakleer, omdat dit geen lucht doorlaat en niet soepel is.

7 De zool en de hak van de schoen moeten van dik rubber zijn met welk profiel dan ook.  Al deze rubberprofielen zijn veiliger en minder glad dan synthetisch materiaal. Crepezolen zijn het meest praktisch voor dagelijks gebruik, omdat ze het langst meegaan. Ze zijn erg veerkrachtig en vangen voor een groot deel de schok op wanneer uw voet op een harde ondergrond terecht komt.

8 Gymschoenen, tennisschoenen of atletiekschoenen moeten een breed, hoog, soepel teenstuk hebben. Als dit niet het geval is worden de tenen samengedrukt en kunnen er teen- en nagelproblemen ontstaan. Als u dit type schoen kiest, let er dan op dat het de voet voldoende steun geeft en een dikke, veerkrachtige zool heeft.

9 Loop niet op hoge hakken, omdat de voet hierdoor naar voren glijdt en de kans op likdoorns, eeltknobbels en zelfs hamertenen groter wordt. Als je altijd op hoge hakken loopt kunnen uw Achillespezen korter worden, waardoor de kans op letsel groot is.

10 Draag geen laarzen met erg hoge hakken, omdat ze de stabiliteit bij het lopen beletten. Deze laarzen zijn vaak zo ontworpen dat ze strak om het been zitten. Ze kunnen de bloedstroom afsnijden en ontstekingen van de aderen in de kuiten veroorzaken.

11 Draag geen plateauschoenen en klompen. Ze veroorzaken vaak enkel- en voetblessures en soms pijnlijke bloedingen onder de teennagels.

12 Een stevige lage veterschoen is heel geschikt om te wandelen. Trekkersschoenen of -laarzen zijn ook uitstekend, maar ze zijn niet persé noodzakelijk, tenzij u van plan bent op ruw terrein te gaan lopen.

Uit: Wandelen van Dr. Fred  A. Stutman

   

Hoofdmenu

                                                     

Schoenen

Aan de basis van elke geslaagde voettocht staat de schoen. Maar welke schoen? Een gemiddelde buitensportzaak etaleert erzeker zo'n vijftig, dus hoe pak je dat aan? Allemaal passen of eerst een beetje selecteren?

Het kopen van een paar schoenen is een lastig karwei. Wellicht geplaagd door visioenen van enorme blaren stap je een winkel binnen. Met een beetje mazzel tref je daar een vriendelijke verkoper, voor wie de schoen geen geheimen meer kent. Met een beetje pech is het verschrikkelijk druk en is er niemand die je een behoorlijk advies kan geven. Maar hoe dan ook, je weet dat je er uiteindelijk helemaal alleen voorstaat, want niemand anders kan voelen welke schoen het lekkerst zit.

Uit een ruime sortering van verschillende modellen, van sportsandaal tot stijgijzervaste expeditieschoen, moet je toch een keuze maken. Een deel kun je al snel schrappen, maar wat doe je daarna? De resterende twintig stuk voor stuk passen? Zou kunnen, maar het is misschien beter om eerst het aantal kandidaten nog verder te reduceren. Hoe zwaar moet een schoen zijn? Kies je voor een bovenwerk van leer of leer met Cordura? Is waterdichtheid belangrijk? Wat valt er te zeggen over de ventilatie? Hoe zit het met de profielzool? En ook niet onbelangrijk: hoe kom je er achter of een schoen werkelijk goedpast?

A tot E

Om te voorkomen dat mensen met het verkeerde kaliber schoen de deur uitgaan, worden wandelschoenen in gebruikscategorieën ingedeeld. Hoewel fabrikanten er verschillende manieren van indelen op na houden, is de indeling in vijf categorieën, A tot en met E, de meest gangbare.

A-schoenen

De allerlichtste en allersoepelste wandelschoenen, bedoeld voor wandelen op gemakkelijke paden, waar je de ene voet min of meer blindelings voor de ander kunt zetten. Typische vertegenwoordigers van deze categorie: lage wandelschoenen en schoenen met halfhoge schacht die de enkel geen steun van betekenis geeft. De zool van een A-schoen is uiterst soepel.

Dat vergroot het loopgenot in vlak terrein, maar bij zwaarder terrein en een zwaardere rugzak krijgen voetbed en enkel te weinig steun en daalt de waardering voor de A-schoen snel.

B-schoenen

De bergwandel- of trekkingschoen bij uitstek. Zolang er nog sprake is van een pad, ook al gaat het flink omhoog en omlaag, kun je met een paar schoenen uit deze categorie uit de voeten. De B-schoen is in alle opzichten steviger uitgevoerd dan de A-schoen. De zool is wat stijver en buigt alleen goed door op het breedste deel van de schoen, waar de bal van je voet hoort te zitten. Ook het bovenwerk is wat stijver en steviger, zodat de schoen wat meer mishandeling kan verdragen en de voet goed beschermd wordt. De schacht geeft zijwaartse steun aan de enkel, zodat je voet minder snel doorzwikt.

C-schoenen

In moeilijk terrein of als wandelen langzamerhand overgaat in klimmen, is een schoen uit de C-categorie op zijn plaats. De C-schoen vormt de overgang tussen bergwandelschoenen en 'echte' bergschoen, bedoeld om mee te klimmen. Enzovoorts....deze schoen is voor Nederlandse wandelingen, normaal gesproken niet nodig.

Zwaarder of lichter Een paar kanttekeningen:

Ten eerste zitten er binnen één categorie behoorlijke verschillen. Niet iedere B-schoen bijvoorbeeld is voorzien van een even stevige zool en geeft even veel steun aan de enkels. Sommige buitensportzaken en fabrikanten onderscheiden daarom nog diverse tussencategorieën, zoals A/B en B/C.

Ten tweede kiezen sommige mensen bewust voor een schoen die een categorie te zwaar of te licht is voor het beoogde wandelwerk. Daar zijn een paar goede redenen voor. Een 'te zware' schoen kan beter bevallen als je zwaarder bent dan modaal, als je een extra zware rugzak moet dragen, als je heel veel wandelt en kiest voor extra duurzaamheid, of als je zwakke enkels hebt.

De redenen waarom je voorkeur uitgaat naar een 'te lichte' schoen, zijn precies tegenovergesteld, dus: als je zelf een lichtgewicht bent, als je hoogstens een lichte rugzak draagt of als je niet snel de enkels zwikt en de voorkeur geeft aan zo min mogelijk ballast aan je voeten.

Uit: Handboek Actieve vakanties / Buitensport Handboek van Ron Wagter. Te koop bij o.a. de ANWB-winkels.

 

Hoofdmenu         Artikeltjes over schoenen